Brief SCO inzake wetsvoorstel Kozer Kaya en Van Hijum

Hieronder volgt de brief van de centrales van overheidspersoneel, waar ook de NCF bij zit, over de politieke besluitvorming en reactie van de centrales op de afschaffing van de ambtenarenstatus.

.  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .

 

Geachte heer, mevrouw,

Enige tijd geleden hebben Kamerleden van Hijum (CDA) en Koşer Kaya (D66) een initiatiefwetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer over de harmonisatie van het ambtenarenrecht, of kort gezegd: het afschaffen van de ambelijke status. Inmiddels is bekend geworden dat het wetsvoorstel halverwege december 2011 in de Tweede Kamer besproken wordt. Door middel van deze brief brengen wij jullie op de hoogte van de laatste stand van zaken rondom het wetsvoorstel en onze mening hierover. Daarnaast praten we jullie bij wat we de afgelopen maanden hebben gedaan en wat wij de komende maanden nog zullen doen om de besluitvorming in de Eerste en Tweede Kamer te beïnvloeden.

Huidige stand van zaken
Medio december zal de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel behandelen van CDA en D66 over de harmonisatie van het ambtenarenrecht. Het voorstel houdt in dat het ambtenarenrecht zoveel mogelijk wordt gelijkgetrokken met het arbeidsrecht. Volgens de initiatiefnemers van het wetsvoorstel is er namelijk geen onderscheid tussen een ‘gewone’ werknemer (die dus onder het arbeidsrecht valt) en een ambtenaar (die onder het ambtenarenrecht valt). De Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel (hierna SCO), waar wij deel van uitmaken, heeft zich daar altijd tegen verzet. Wij zijn namelijk van mening dat de ambtenaar wél en bijzondere positie heeft. Dit blijkt alleen al uit het feit dat de grondrechten van ambtenaren, zoals het recht op meningsuiting, kunnen worden beperkt als het algemeen belang dat vraagt.

Wat hebben we de afgelopen tijd gedaan?
In mei 2010 hebben de initiatiefnemers van het wetsvoorstel na lang aandringen van onze kant  een conceptversie van het wetsvoorstel toegestuurd. Al snel kwam de SCO tot de conclusie dat dit geen goed voorstel was. Het is niet duidelijk welk probleem is geconstateerd en waartoe het wetsvoorstel een oplossing biedt. Daarbij werden de betrokken werknemers buiten spel gezet door de bonden de normale overlegrechten te onthouden als het gaat om wijzigingen in de rechtspositie. De SCO hebben in mei een eerste reactie gestuurd naar de initiatiefnemers met daarin ons verweer. En ook met het dringende verzoek om met ons over het voorstel in gesprek te gaan. Als er gesproken wordt over de rechtspositie en daarmee over de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren, dan dienen de betreffende partijen met elkaar om de tafel te gaan zitten: de bonden en de werkgevers. Wat zich nu aftekent is een politiek spel tussen Kamer en kabinet waarbij de werknemers monddood worden gemaakt. 

In mei 2011 heeft de Vaste Kamercommissie van de Tweede Kamer een Rondetafel-bijeenkomst georganiseerd over het onderwerp waarbij ook de bonden waren uitgenodigd. Als bonden hebben we daar aangegeven dat met de actuele situatie in de overheidssector (vergrijzingproblematiek van de overheid, de vastgelopen CAO’s, bezuinigingsdoelstellingen, en het imago van de ambtenaar in de samenleving) er niet moet worden gemorreld aan de rechtspositie van ambtenaren  Daarnaast hebben we nogmaals gepleit voor overleg. Een derde belangrijk punt dat is ingebracht betreft de ongelijke bescherming van een ambtenaar ten opzichte van de ‘gewone’ werknemer. De bescherming van de ambtenaar zou namelijk veel duurder zijn dan de ‘gewone’ rechtsbescherming. Als bonden hebben we aangegeven dat iedere werknemer bescherming moet krijgen naar de verantwoordelijkheden die men heeft en dat de positie van de ambtenaar niet automatisch neerwaarts kan worden bijgesteld uit het oogpunt van gelijkheid met andere werknemers. 

Wat gaan we de komende tijd doen?
De SCO hebben de afgelopen tijd verschillende brieven uitgedaan naar onder meer de initiatiefnemers van het wetsvoorstel, Koşer Kaya en van Hijum. Hierin roepen we hen nogmaals op om met ons in overleg te treden over de hierboven genoemde onderwerpen. Omdat we vinden dat de andere politieke partijen goed op de hoogte moeten zijn van de hiaten in het wetsvoorstel van Koşer Kaya/van Hijum hebben we de fracties van de Eerste en Tweede Kamer ook aangeschreven. Nu de brieven gestuurd zijn, zullen we ook actief in gesprek gaan met de verschillende Kamerleden die dit onderwerp in hun portefeuille hebben.

Wat gaat er voor u veranderen?
Een andere rechtspositieregeling hoeft niet veel verandering voor u te betekenen. Maar zeker daarvan zijn we niet, omdat het wetsvoorstel nog zoveel vragen onbeantwoord laat en de bonden niet als overlegpartners zijn ingeschakeld. Maar één ding is zeker: het onderhandelen over uw arbeidsvoorwaarden, over uw werk, wordt lastig gemaakt als de oude rechtspositieregeling verdwijnt. De formele overlegpositie van de bonden is namelijk vastgelegd in de huidige regeling. Wat daarvan overblijft na wijziging van de rechtspositieregeling is niet duidelijk. 

Wat er in ieder geval niet verandert is onze strijd voor uw belangen. Wij zijn van mening dat we een sterke positie hebben in dit geheel en zullen ons dan ook niet zomaar van tafel laten sturen.