Statuten en huishoudelijk reglement
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
STATUTEN
NAAM
ARTIKEL 1
1. De vereniging draagt de naam: “Nederlandse Categoriale vakvereniging Financiën”.
2. De vereniging wordt bij afkorting ook genoemd: “NCF”.
3. De vereniging wordt in deze statuten verder genoemd: "de bond".
4. De bond is oorspronkelijk opgericht op 24 november 1889.
ZETEL
ARTIKEL 2
De bond heeft zijn zetel te Rotterdam.
DUUR
ARTIKEL 3
De bond is aangegaan voor onbepaalde tijd.
DOEL
ARTIKEL 4
1. De bond heeft ten doel:
a. het behartigen van:
- de collectieve belangen van de leden;
- de individuele belangen voor zover zij betreffen de positie als personeelslid of
voormalig personeelslid, van het Ministerie van Financiën en zijn diensten;
b. het bevorderen van een goede verstandhouding, zowel tussen de personeelsleden
onderling als met de leiding van het Ministerie van Financiën en zijn diensten, om op
die wijze de harmonische uitvoering van de werkzaamheden van die diensten mede te
bevorderen.
2. De bond tracht dit doel te bereiken onder meer door:
a. overleg met het Ministerie van Financiën en zijn diensten;
b. het houden van vergaderingen en andere bijeenkomsten;
c. het zelfstandig of in samenwerking met andere organisaties uitgeven van periodieken
of geschriften;
d. het samenwerken met andere organisaties, zowel nationaal als internationaal, ter
behartiging van collectieve belangen;
e. het toepassen van alle andere wettige middelen dan hiervoor omschreven, die het in lid
1 genoemde doel bevorderen.
GRONDSLAG
ARTIKEL 5
De bond is onafhankelijk, zonder binding met een bepaalde geestelijke stroming of politieke
partij, onder volledige eerbiediging van de godsdienstige, wereldbeschouwelijke of politieke
overtuiging van zijn leden.
LEDEN
ARTIKEL 6
1. Leden van de bond kunnen zijn:
a. alle personen, werkzaam bij het Ministerie van Financiën of zijn diensten in de meest
uitgebreide zin;
b. personen die al lid van de bond waren en de dienst hebben verlaten op basis van:
- pensionering;
- vervroegde of flexibele uittreding of;
- andere regeling met een soortgelijke strekking.
2. Aanmelding voor het lidmaatschap dient schriftelijk bij de bondssecretaris te geschieden.
3. Het bestuur houdt een ledenadministratie bij.
4. Uitsluitend de in dit artikel genoemde leden zijn leden van de vereniging in de zin van de
wet.
TOELATING
ARTIKEL 7
1. Over de toelating van leden beslist het bestuur. Een afwijzende beslissing wordt met
opgave van redenen, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk zes weken na aanmelding,
schriftelijk aan belanghebbende medegedeeld.
2. Een eventueel bezwaar tegen de afwijzing moet binnen zes weken hierna, eveneens
schriftelijk, worden ingediend bij de secretaris.
3. De secretaris legt het in lid 2 bedoelde bezwaarschrift voor aan een door het bestuur te
benoemen commissie.
Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels worden gegeven over de samenstelling
van de in de vorige zin bedoelde commissie.
4. De commissie doet binnen zes weken, nadat het bezwaarschrift door de secretaris is
ontvangen, gemotiveerd uitspraak aan het bestuur. Een afschrift hiervan wordt zo spoedig
mogelijk verzonden aan belanghebbende.
5. Eventueel beroep tegen de uitspraak van de commissie dient door het bestuur en/of de
belanghebbende binnen zes weken na die uitspraak, eveneens schriftelijk te worden
ingesteld bij de algemene vergadering.
6. Gedurende de beroepstermijn wordt de belanghebbende geacht niet te zijn toegelaten.
7. Indien de algemene vergadering alsnog besluit tot toelating van de belanghebbende, kan
hieraan geen terugwerkende kracht worden verleend of ontleend.
ERELEDEN EN LEDEN VAN VERDIENSTE
ARTIKEL 8
1. Personen, die zich jegens de bond bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt, kunnen op
voordracht van het bestuur door de algemene vergadering tot lid van verdienste of erelid
worden benoemd.
2. Ereleden hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hen bij of
krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.
3. Ereleden zijn vrijgesteld van het voldoen van de contributie.
EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP
ARTIKEL 9
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid;
b. door schriftelijke opzegging door het lid;
c. door schriftelijke opzegging door de bond. Deze kan geschieden:
- wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap
bij de statuten gesteld;
- wanneer het lid zijn verplichtingen jegens de bond niet nakomt;
- wanneer redelijkerwijs van de bond niet gevergd kan worden het lidmaatschap te
laten voortduren;
d. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de
statuten, reglementen of besluiten van de bond handelt, of de bond op onredelijke wijze
benadeelt;
2. Opzegging en ontzetting namens de bond geschiedt door het bestuur.
3. Opzegging van het lidmaatschap zowel door het lid, als door de bond kan slechts
schriftelijk geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Het
lidmaatschap kan onmiddellijk worden beëindigd indien van de bond of van het lid
redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de
verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, voor zichzelf uit te sluiten.
5. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap of ontzetting uit het lidmaatschap
door de bond wordt betrokkene zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken
schriftelijk met opgave van redenen in kennis gesteld.
6. Een eventueel bezwaar tegen de opzegging van het lidmaatschap of ontzetting uit het
lidmaatschap dient binnen zes weken hierna, eveneens schriftelijk, te worden ingesteld bij
de secretaris.
7. Hij legt het in lid 6 bedoelde bezwaarschrift voor aan een door het bestuur te benoemen
commissie. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels worden gegeven over de
samenstelling van die commissie.
8. De commissie doet binnen zes weken nadat het bezwaarschrift bij de secretaris is
ontvangen gemotiveerde uitspraak aan het bestuur. Een afschrift van de uitspraak wordt
zo spoedig mogelijk verzonden aan belanghebbende.
9. Eventueel beroep tegen de uitspraak van de commissie dient door het bestuur en/of de
belanghebbende binnen zes weken hierna, eveneens schriftelijk te worden ingesteld bij
de algemene vergadering.
10. Het beroep wordt behandeld in de eerstkomende algemene vergadering. Het lid wordt zo
spoedig mogelijk met opgave van redenen in kennis gesteld van het besluit van de
algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid
geschorst.
CONTRIBUTIE EN GELDMIDDELEN
ARTIKEL 10
1. De leden zijn gehouden tot het betalen van een maandelijkse contributie, die door de
algemene vergadering zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden
ingedeeld die een verschillende contributie betalen.
2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de
verplichting tot het betalen van contributie te verlenen.
3. De overige geldmiddelen van de bond worden verkregen door:
a. de ontvangsten voortvloeiende uit de exploitatie van de in artikel 4, lid 2, letter c
bedoelde periodieken en geschriften;
b. de ontvangsten voortvloeiende uit beleggingen; en
c. overige baten. Hieronder worden niet verstaan die gelden die zouden kunnen leiden tot
het aangaan van ongewenste verplichtingen door de bond of door individuele leden.
REGIO'S - LEDENRAAD
ARTIKEL 11
1. De bond wordt ingedeeld in één of meer regio’s.
2. Een regio houdt voorafgaand aan de algemene vergadering een ledenraad. Hiervoor
worden alle leden in die regio uitgenodigd.
3. De ledenraad bespreekt tenminste de agenda van de algemene vergadering.
4. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels worden gegeven over de
samenstelling.
BESTUUR
ARTIKEL 12
1. Het bestuur, benoemd door de algemene vergadering, bestaat uit minimaal zeven
leden, waarvan de voorzitter, secretaris en penningmeester in functie worden benoemd.
2. Tot lid van het bestuur zijn benoembaar de leden, genoemd in artikel 6, lid 1, letter a.,
die tenminste twee jaar lid zijn van de bond.
3. Voorzitter, secretaris en penningmeester vormen tezamen het dagelijks bestuur.
4. De in lid 2 bedoelde leden kunnen zich kandidaat stellen voor het bestuur.
5. Is voor een functie slechts één kandidaat gesteld, dan wordt deze bij geen bezwaar
met algemene goedkeuring benoemd. Zijn voor een functie meerdere kandidaten
gesteld, dan vindt een schriftelijke stemming plaats.
6. Voor bijzondere taken kan het dagelijks bestuur en kunnen de portefeuillehouders
zich laten bijstaan door daarvoor geschikt geachte personen.
7. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels worden gegeven over de
bevoegdheden van het dagelijks bestuur en de portefeuillehouders.
EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP - PERIODIEK AFTREDEN - SCHORSING
ARTIKEL 13
1. Ieder bestuurslid, ook wanneer het voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde
door het bestuur met een tweederde meerderheid van stemmen van alle bestuursleden
worden geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een
besluit tot ontslag door de algemene vergadering, eindigt door het verloop van die termijn.
2. De leden van het bestuur hebben een zittingstermijn van drie jaar en treden af volgens
een rooster. Het rooster wordt door het bestuur jaarlijks vastgesteld.
3. Een aftredend bestuurslid is direct herbenoembaar.
4. In een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk tijdelijk door het bestuur voorzien.
5. In een tussentijdse vacature als bedoeld in lid 4, wordt door de eerstvolgende algemene
vergadering voorzien.
6. Het tussentijds benoemd lid treedt, voor wat de zittingsperiode betreft, in de plaats van
zijn voorganger.
7. Een bestuurslid treedt af uiterlijk één jaar na het verlaten van de actieve dienst, doch in
ieder geval in de eerstvolgende algemene vergadering.
8. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. door het eindigen van het lidmaatschap van de bond;
b. door bedanken;
c. door de dood.
VERGADERINGEN EN BESLUITVORMING BESTUUR
ARTIKEL 14
1. a. De voorzitter roept een bestuursvergadering bijeen.
b. De voorzitter is verplicht een bestuursvergadering bijeen te roepen op verzoek van ten
minste drie bestuursleden.
c. Deze vergadering wordt gehouden uiterlijk veertien dagen na het gedane verzoek.
d. De agenda wordt ingediend door de verzoekende bestuursleden.
e. Betreffende bestuursleden bezorgen uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de
bestuursvergadering bij ieder bestuurslid de agenda en de onderliggende stukken.
2. Het dagelijks bestuur maakt de agenda op. De voorzitter is verplicht een bepaald
onderwerp op de agenda te plaatsen op verzoek een bestuurslid.
3. De voorzitter heeft de bevoegdheid om de beraadslaging over een aan de orde zijnd
onderwerp te sluiten, tenzij het bestuur anders besluit.
4. Het oordeel van de voorzitter over de totstandkoming en de inhoud van een besluit is
niet beslissend.
5. Van het verhandelde in elke vergadering wordt door de secretaris of een ander door
de voorzitter daartoe aangewezen persoon verslag opgemaakt, dat wordt vastgesteld
door het bestuur.
6. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels worden gegeven over de
vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur.
BESTUURSTAAK - (BEVOEGDHEDEN) – VERTEGENWOORDIGING
ARTIKEL 15
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen
van de bond.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd, onder
de verplichting om zo spoedig mogelijk in de opengevallen vacature(s) voor dit bestuur te
voorzien.
3. Het bestuur is, met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot
het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van
registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als
borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot
zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.
4. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten
tot:
1e.onverminderd het bepaalde in lid 4, ten 2e het aangaan van rechtshandelingen en het
verrichten van investeringen een bedrag van vijf en twintig procent (25%) van de totale
jaarcontributie van het afgelopen bondsjaar te boven gaande;
2e. a. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet
wordt verleend;
b. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden,
waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan de vereniging verleend
bankkrediet;
c. het aangaan van dadingen;
d. het optreden in rechte, waaronder het voeren van arbitrale procedures, doch met
uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van
die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen leiden;
e. het sluiten en wijzigingen van arbeidsovereenkomsten.
5. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 3 bepaalde wordt de bond
vertegenwoordigd door het bestuur alsmede door het gezamenlijk handelen van twee
van de volgende leden van het bestuur, te weten: voorzitter, secretaris en
penningmeester.
FINANCIEEL JAARVERSLAG – REKENING EN VERANTWOORDING
ARTIKEL 16
1. Het bondsjaar loopt van één januari tot en met 31 december.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de bond zodanige aantekeningen
te houden dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3. Het bestuur brengt binnen drie maanden na afloop van het jaar, behoudens verlenging
van deze termijn door de algemene vergadering, zijn financieel jaarverslag uit onder
overlegging van een balans en een staat van baten en lasten en legt in de algemene
vergadering rekening en verantwoording af over het in het afgelopen jaar gevoerd bestuur
en dient de begroting over het komende jaar in. Deze stukken worden ondertekend door
de bestuursleden; ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt
daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na afloop van de termijn kan ieder
lid bij niet-nakoming deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commissie van tenminste
drie personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt
de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering
verslag van haar bevindingen uit.
5. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige
kennis, dan kan de commissie van onderzoek zich door een deskundige doen bijstaan.
Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te
verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken
en bescheiden van de bond te geven.
6. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden
herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.
7. Het bestuur is verplicht de bescheiden, bedoeld in de leden 2 en 3, volgens de door de
wet gestelde termijn te bewaren.
ALGEMENE VERGADERING
ARTIKEL 17
1. Aan de algemene vergadering komen in de bond alle bevoegdheden toe, die niet door de
wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk binnen vier maanden na afloop van het bondsjaar, wordt een algemene
vergadering gehouden. In de algemene vergadering komt ten minste aan de orde:
a. vaststelling van de notulen van de vorige algemene vergadering;
b. het jaarverslag van de bond;
c. het financieel jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 16 met
het verslag van de aldaar bedoelde commissie en de begroting voor het komende jaar;
d. de benoeming van de in artikel 16, lid 4 genoemde commissie voor het volgende
bondsjaar;
e. voorziening in vacatures, als bedoeld in artikel 13, lid 5;
f. verantwoording bestuursbeleid van het afgelopen jaar;
g. jaarplan lopend jaar;
h. meerjarenbeleid;
i. statutaire voorstellen uit de ledenraad.
3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk
oordeelt.
4. Met schriftelijke opgaaf van redenen en de agendapunten hebben tenminste een zodanig
aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen in de
algemene vergadering het recht bij het bestuur een voorstel in te dienen tot het houden
van een algemene vergadering. Het bestuur is verplicht naar aanleiding daarvan tot
bijeenroeping van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan twee
maanden. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven
kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig
artikel 21 of bij advertentie in hetzij het eigen bondsmagazine, hetzij twee landelijke
dagbladen.
TOEGANG TOT EN STEMRECHT IN DE ALGEMENE VERGADERING
ARTIKEL 18
1. De algemene vergadering bestaat uit vijf afgevaardigden per regio.
2. De afgevaardigden worden per regio gekozen uit de leden van de bond in die bepaalde
regio.
3. De afgevaardigden van een regio kunnen door de leden van die regio worden ontslagen.
4. De verkiezing van een afgevaardigde geschiedt bij meerderheid van stemmen.
5. Afgevaardigden worden gekozen voor een periode van een jaar.
6. Alleen afgevaardigden hebben stemrecht in de algemene vergadering.
7. De afgevaardigden per regio hebben gezamenlijk een aantal stemmen, berekend naar het
aantal leden van de regio aan het einde van het afgelopen bondsjaar.
8. Indien in een algemene vergadering door de afgevaardigden stem moet worden
uitgebracht over een voorstel waarover in de ledenraad is gestemd, zal door de
afgevaardigden van de betreffende regio gestemd worden overeenkomstig de verhouding
van de in de regio uitgebrachte stemmen ten opzichte van het aantal leden als bedoeld in
lid 7. Breuken worden afgerond te beginnen met vijf/tiende naar boven en daaronder naar
beneden.
9. De afgevaardigden uit een regio wijzen uit hun midden een afgevaardigde aan, die stem
uitbrengt voor de regio als gevolmachtigde van hen.
10. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de bond.
Geen toegang hebben ontzette leden en geschorste bestuursleden. Zij zijn in de
gelegenheid zich tegen de ontzetting dan wel tegen de schorsing te verweren.
11. Over toelating van andere dan de in lid 10 bedoelde personen beslist het bestuur.
VOORZITTERSCHAP - NOTULEN VAN DE ALGEMENE VERGADERING
ARTIKEL 19
1. De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van de bond of een
plaatsvervangend voorzitter. Ontbreken de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter,
dan treedt één der andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter
op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de
vergadering daarin zelf.
2. Van het verhandelde in elke vergadering maakt de secretaris of een ander door de
voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen op. Deze worden door de voorzitter, na
goedkeuring door de algemene vergadering, ondertekend. Zij die de vergadering
bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken.
De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden
gebracht.
BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING
ARTIKEL 20
1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat er door de
vergadering een besluit genomen is, alsmede over de uitslag van een stemming, is
beslissend. Het zelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd
werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel de
juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de
meerderheid der vergadering of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of
schriftelijk geschiedde, een aanwezige stemgerechtigde dit verlangt. Door deze nieuwe
stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de
algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte
stemmen.
4. Ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. Een blanco of
onthouden stem wordt geacht te zijn uitgebracht.
5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft
verkregen, heeft een tweede stemming plaats of in geval van een bindende voordracht,
een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats. Heeft dan wederom
niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat
hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee
personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet
is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij
de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die
voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die
voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon
uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe
stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming
tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6. Staken de stemmen over een voorstel, niet rakende verkiezing van personen, dan is het
voorstel verworpen.
7. Alle stemmingen over personen geschieden schriftelijk. Alle stemmingen over zaken
geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één
der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt.
8. Een éénstemmig besluit van alle stemgerechtigde leden, ook al zijn deze niet in een
vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht
als een besluit van de algemene vergadering.
9. Zolang in de algemene vergadering alle stemgerechtigde leden aanwezig of
vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene
stemmen, over alle aan de orde komende onderwerpen - dus mede een voorstel tot
statutenwijziging of tot ontbinding - ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze
niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift over het oproepen
en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht
genomen.
BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING
ARTIKEL 21
1. De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping
geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden of door middel van het
bondsmagazine.
2. De te behandelen punten worden tenminste één maand voorafgaande aan de datum
waarop de algemene vergadering wordt gehouden ter kennis van de leden gebracht.
3. Het bestuur maakt de datum van deze vergadering uiterlijk zes maanden vooraf bekend.
4. De regio’s zijn verplicht hun statutaire voorstellen tenminste drie weken voor de algemene
vergadering in te dienen bij het bestuur.
STATUTENWIJZIGING
ARTIKEL 22
1. In de statuten van de bond kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit
van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat daar
wijzigingen van de statuten zullen worden voorgesteld.
2. Het bestuur moet, nadat zij de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling
van een voorstel tot statutenwijziging heeft gedaan, tenminste twee weken voor de
ledenraad alle leden in kennis stellen van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging
woordelijk is opgenomen.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte
stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden aanwezig of
vertegenwoordigd is. Is niet twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan
wordt na verloop van twee weken, doch binnen vier weken daarna, een tweede
vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige
vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of
vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste
twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is
opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.
ONTBINDING
ARTIKEL 23
1. De bond kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het
bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige
toepassing.
2. Bij het besluit tot ontbinding wordt tevens een bestemming aan het batig saldo gegeven,
met inachtneming van het in artikel 4 lid 1 beoogde doel.
3. De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij de algemene vergadering anders
besluit.
4. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden
vereniging gedurende tien jaren berusten onder de jongste vereffenaar.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
ARTIKEL 24
1. De algemene vergadering kan bij huishoudelijk reglement nadere regels geven over alle
onderwerpen, waarvan een regeling haar gewenst voorkomt.
2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen
dwingend recht bevat, noch met de statuten.
SLOTBEPALING
ARTIKEL 25
1. De bond zal in alle huisstijldragers de navolgende tekst opnemen: “Oorspronkelijk
opgericht op 24 november 1889”.
2. De bond zal indien zij een fusie aangaat bevorderen dat deze bepaling in de statuten van
een nieuwe vereniging wordt opgenomen.
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
BONDSMAGAZINE
ARTIKEL 1
1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, lid 2, letter c van de statuten geeft de bond
een magazine uit. Dit verschijnt periodiek, overeenkomstig door het bestuur te geven
richtlijnen.
2. Het magazine wordt aan alle leden, ereleden en leden van verdienste verstrekt en kan,
al dan niet tegen betaling, verkrijgbaar worden gesteld aan derden.
3. Alle oproepen, mededelingen en dergelijke die in het magazine worden geplaatst,
worden geacht aan de leden persoonlijk ter kennis te zijn gebracht.
ARTIKEL 2
1. Het magazine verschijnt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur.
2. De redactie wordt opgedragen aan een door het bestuur in te stellen commissie.
3. Na verkregen machtiging van het bestuur kan de redactiecommissie zich door
deskundigen laten bijstaan.
4. De commissie levert jaarlijks een verslag in over de gang van zaken. Dit verslag wordt
door het bestuur op de algemene vergadering aan de orde gesteld.
ARTIKEL 3
1. Wanneer de commissie weigert een haar ter plaatsing aangeboden stuk op te nemen,
dan wel meent dit niet in ongewijzigde vorm te kunnen opnemen, geeft zij de inzender
binnen twee weken na ontvangst hiervan schriftelijk kennis, met opgaaf van redenen.
2. De inzender van een zodanig stuk kan binnen twee weken na dagtekening van de hier
bedoelde kennisgeving schriftelijk in beroep komen bij het bestuur, dat binnen een maand
schriftelijk, gemotiveerd, uitspraak doet.
3. Stelt het bestuur de commissie in het ongelijk dan wordt het desbetreffende stuk in één
van de eerstvolgende nummers van het magazine geplaatst.
LEDEN
ARTIKEL 4
Ieder lid ontvangt een exemplaar van de statuten, het huishoudelijk reglement en een bewijs
van lidmaatschap.
ARTIKEL 5
Aan leden die bondsvoorzitter zijn geweest, kan de persoonlijke titel van erevoorzitter worden
verleend.
CONTRIBUTIE EN GELDMIDDELEN
ARTIKEL 6
1. De in artikel 10, lid 1 van de statuten bedoelde contributie wordt voldaan door inhouding
op het salaris.
2. Indien dit niet mogelijk is, dient de contributie door het lid zelf aan de penningmeester te
worden voldaan.
ARTIKEL 7
De gelden van de bond worden in vaste rentedragende fondsen en/of onroerende zaken
belegd.
REGIO'S
ARTIKEL 8
1. De bond kent negen regio’s, te weten vijf Belastingdienstregio’s en vier Douaneregio’s.
2. De regio's worden gevormd op basis van geografische gegevens van de leden en
worden per regio gecoördineerd door een regioconsulent.
BESTUUR
ARTIKEL 9
1. Tenminste drie maanden voor de datum van de Algemene Vergadering doet het bestuur
aan de regioconsulenten opgave welke van zijn leden aan het einde van het jaar aftredend
zijn en of deze zich al dan niet herkiesbaar stellen.
2. Tenminste twee maanden voor de algemene vergadering moet een voordracht van een
kandidaat bij het bestuur bekend zijn.
3. Bij de kandidaatstelling dient een bereidverklaring van de kandidaat te worden
overgelegd.
ARTIKEL 10
1. Bij afwezigheid van een bestuurslid treedt, in onderling overleg, één van de andere hier
bedoelde bestuursleden als zijn plaatsvervanger op bij in- en externe aangelegenheden.
2. De plaatsvervanger, bedoeld in lid 1 van dit artikel, heeft dezelfde rechten en plichten
als het bestuurslid dat hij vervangt.
3. De contacten met de media lopen via de voorzitter, dan wel diens plaatsvervanger.
DAGELIJKS BESTUUR
ARTIKEL 11
Het dagelijks bestuur houdt zich bezig met de dagelijkse aangelegenheden van de bond en is
verantwoordelijk voor de kantoororganisatie.
ARTIKEL 12
1. De voorzitter of zijn plaatsvervanger leidt de vergaderingen van het bestuur. Ontbreken
zowel de voorzitter als diens plaatsvervanger dan wijst de vergadering een bestuurslid aan,
die als dagvoorzitter optreedt.
2. De secretaris is belast met de correspondentie, het bijhouden van de in artikel 6, lid 3
van de statuten bedoelde ledenadministratie en het beheer van het archief. Onder zijn
verantwoordelijkheid kan hij zich door de kantoororganisatie laten bijstaan.
3. De penningmeester is belast met het beheer van de geldmiddelen en gebouwen. Onder
zijn verantwoordelijkheid kan hij zich door de kantoororganisatie laten bijstaan.
4. De commissie als bedoeld in artikel 16, lid 4 van de statuten, wordt gevormd door drie
bondsleden, die boekhoudkundige ervaring dienen te hebben. Ze treden jaarlijks bij
toerbeurt af en zijn niet binnen twee jaar herkiesbaar. Zowel het bestuur als de regio’s zijn
tot kandidaatstelling bevoegd.
5. De penningmeester wordt in het te voeren financiële beleid bijgestaan door twee van de
in artikel 12, lid 1 letter b van de statuten genoemde leden, die daartoe door het bestuur
worden aangewezen.
6. De penningmeester treedt in overleg met de in lid 5 bedoelde commissie voor alle
bestellingen en aan te gane verplichtingen, welke een, jaarlijks door het bestuur vast te
stellen, bedrag te boven gaan.
7. De penningmeester draagt zorg, dat van alle niet dagelijkse en periodieke uitgaven
rekeningen en kwitanties aan de in lid 4 bedoelde leden worden voorgelegd, die ze als
bewijs daarvan voor gezien tekenen.
ARTIKEL 13
1. Het bestuur vergadert tenminste achtmaal per bondsjaar, tenzij het bestuur anders
besluit.
2. Het bestuur kan derden uitnodigen zijn vergadering bij te wonen.
ARTIKEL 14
1. De secretaris stelt de agenda voor de bestuursvergadering op.
2. Ieder bestuurslid is bevoegd bepaalde onderwerpen voor deze agenda op te geven.
3. Op verzoek van tenminste drie leden van het bestuur wordt, binnen een maand na de
indiening van het verzoek, een vergadering van dit bestuur bijeen geroepen. Het verzoek
dient de te bespreken onderwerpen te bevatten.
4. Van de besprekingen in het bestuur wordt een beknopt verslag aan de regiokaderleden
gezonden.
ARTIKEL 15
1. Aan de in artikel 12, lid 1 van de statuten bedoelde personen wordt, indien de aard van
de functie en de uitvoering daarvan dit rechtvaardigen, een door het bestuur vast te stellen
vergoeding gegeven.
2. Aan anderen die ten behoeve van de bond werkzaamheden verrichten kan door het
bestuur eveneens een onkosten- of andere vergoeding worden toegekend.
ALGEMENE VERGADERING
ARTIKEL 16
1. Plaats en datum van de algemene vergadering worden door het bestuur vastgesteld.
2. De reis- en verblijfkosten van genodigden en afgevaardigden komen ten laste van de
bondskas en worden door de bondspenningmeester uitbetaald.
3. De notulen van de voorgaande Algemene Vergadering worden in concept tijdig aan de
regioconsulenten gezonden.






